Home

‘Denk goed na voor je biologische landbouw ophemelt’

Categorie(ën): Agrarische sector, Biotechnologie, Voedsel voor de mensheid

De motivatie om honger te bestrijden erfde Julie Borlaug van haar grootvader, die een Nobelprijs won met zijn landbouwhervormingen. En net als hij zoekt zij de antwoorden in modernisering. 

Jazeker, de uitdaging mag er zijn. Nog deze eeuw zal de wereld tien miljard inwoners tellen. Tegen die tijd zijn zij heel wat welvarender dan nu, met alle gevolgen voor hun voedingspatroon. Zo veel mensen van voldoende voedsel voorzien op een manier die de aarde kan ondersteunen, wordt een gigantische opgave.

Groene Nobelprijs

Maar dit moet hoop geven: we stonden eerder voor zo’n uitdaging. In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw groeide de wereldbevolking veel harder dan nu. In Afrika, Azië en Zuid-Amerika waren hevige hongersnoden. De redding kwam van Norman Borlaug, een Amerikaanse landbouwkundige. Zijn modernisering van de landbouw, de ‘Groene revolutie’, stuwde de voedselproductie flink omhoog. Hij kreeg er in 1970 de Nobelprijs voor de Vrede voor.

Julie Borlaug is zijn kleindochter, die in zijn voetsporen is getreden. Zij is ook vastberaden om arme boeren in ontwikkelingslanden vooruit te helpen. Ze werkt bij een start-up in de biotechnologie in Gent die innovatie in de landbouw stimuleert en bijvoorbeeld boeren van de modernste zaden wil voorzien. Haar idealen worden ondermijnd door de groeiende vraag naar biologische landbouw. Zij ziet in deze ontwikkeling een misplaatste hang naar vroeger, waarin het oude, traditionele boerenbestaan wordt geromantiseerd door westerse stedelingen die vervreemd zijn geraakt van de natuur. Borlaug meent dat hun oplossingen niet zullen helpen.

Biologische landbouw

Het is prima om biologisch te boeren als dat je eigen keuze is. Ik begrijp ook wel waarom boeren in Europa dat willen: je krijgt een hogere prijs voor je producten en kennelijk extra subsidie. Maar we moeten wel beseffen dat biologische landbouw veel meer land vereist. De opbrengst ligt gemiddeld 30% lager dan bij gangbare landbouw, dus er moeten bossen gekapt worden om er landbouwgrond van te maken. Ook heb je meer mensen nodig, want het is veel arbeidsintensiever en tijdrovender: biologische landbouw vereist bijvoorbeeld handmatig wieden en voortdurende controles voor schadelijke dieren en plagen.’

Mensen willen dat soort werk niet meer. Niet voor niets zien we vooral buitenlanders werken op het land: Mexicanen in de Verenigde Staten, Oost-Europeanen in Nederland. In landen als India en Egypte zien we dat kinderarbeid op het land toeneemt. Het is laagbetaalde arbeid en hard werken. We hebben een idyllisch plaatje van de landbouw uit de tijd van onze grootouders of overgrootouders, maar het was destijds geen pretje. Het was vreselijk zwaar en vermoeiend werk, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, dag in dag uit.

 

 

 

 

 

Moderne mensen zijn dol op technologie, want die maakt ons leven gemakkelijker en comfortabeler. “En dan zouden we in de landbouw de modernisering afzweren en teruggaan naar biologisch boeren?”

“In Afrika werkt zeker de helft van de bevolking in de landbouw”,.  “Ja, ik heb met eigen ogen gezien hoe dat eruitziet. Waarom accepteren we in hemelsnaam dat duizenden kilometers verderop mensen werken zoals onze voorouders dat deden in de 18de eeuw, dat veel vrouwen iedere dag vijf kilometer moeten lopen om water te halen en hout bij elkaar moeten sprokkelen om op te koken, om de rest van de dag onkruid te wieden, soms zonder fatsoenlijk gereedschap, tot ze een kromme rug hebben? Afrikanen snakken naar technologie die hen helpt al is het maar een mobiele telefoon om het weer beter te kunnen voorspellen of de prijzen op de markt te volgen. Ze blijven zo gevangen in een spiraal van honger en armoede. Pas dus maar op als je biologische landbouw ophemelt of zelfs voorstelt als model voor de wereld.”

De Groene Revolutie

Borlaug werd in 1914 geboren in een boerendorp in Iowa en werkte als jongen op het land, samen met zijn ouders, grootouders, zusjes, ooms, tantes, neven en nichten. Na zijn studie genetica en plantenziektekunde ging Borlaug in 1944 werken in Mexico. Zijn taak was om de tarweopbrengst te verhogen, want alle tarwesoorten werden aangetast door zwarte roest. Deze hardnekkige schimmelziekte, die veel voorkwam bij granen, hield de Mexicanen ondervoed en arm.

Borlaug zaaide plantjes op een testveldje dat hij zelf moest ploegen, zonder gereedschap. Hij sliep in een slaapzak op een betonnen vloer. Na vele jaren van vallen en opstaan, lukte het Borlaug om planten zodanig te kruisen en veredelen, dat er een tarwevariëteit ontstond die resistent was tegen ziekten. Dankzij de combinatie met kunstmest, bestrijdingsmiddelen en irrigatie steeg de graanproductie explosief, onder meer in Mexico, India en Pakistan. Later werd het proces herhaald voor de rijst in landen als China en Indonesië. Deze spectaculaire voedseltoename wordt de Groene Revolutie genoemd.

Maar de Groene Revolutie leidde wel tot uitputting van de bodem en verontreiniging van water en lucht. Die schade wordt nu onderkend en aangepakt. Sensoren, data en drones zorgen ervoor dat boeren veel preciezer en nauwkeurige kunnen werken. Zo kan een boer tegenwoordig veel beter weten hoeveel kunstmest, water en andere zaken nodig zijn. Inmiddels gebruiken Amerikaanse boeren steeds minder chemische stoffen per hectare en halen ze steeds grotere opbrengsten op steeds minder land. Dankzij technologische ­innovatie.

Borlaug had niet de intentie om het milieu te vervuilen. “Mijn grootvader zag het lijden van de mensen in arme landen. Hij deed wat hij kon om hen te redden. Wat was het alternatief? Zou u bereid zijn om te zeggen: nou, doe mij al die innovaties maar niet, ik laat mijn familie wel sterven van de honger? Als dat het alternatief is, dan is milieuschade misschien een bijkomstigheid die het waard is.”

Een nieuwe groene revolutie

Julie Borlaug studeerde internationale relaties en werkte voor diverse internationale hulporganisaties. Nu is ze overgestapt naar Inari, een Amerikaanse start-up met een onderzoeksfaciliteit in Gent, die de zaken anders aanpakt dan gebruikelijk. Inari biedt boeren zaden aan die specifiek voor hun situatie zijn gemaakt. Immers, nu betalen boeren voor zaden met een uitgebreid pakket aan eigenschappen, zoals resistentie tegen droogte of plagen, waar zij in hun regio, op hun grondsoort, in hun klimaat, niet altijd mee te maken hebben. ‘Dat vinden wij verkeerd’, zegt Borlaug stellig. ‘Het is de werkwijze van een monopolist.’

Daarnaast onderscheidt Inari zich met vooral vrouwen in de bedrijfsleiding: zeer ongewoon, en al helemaal in de biotechsector. En de wetenschappers op de werkvloer – eveneens overwegend vrouwen – maken onder meer gebruik van Crispr-Cas, de revolutionaire techniek om het DNA van een organisme gericht te bewerken. Zo hopen start-ups als Inari aan de poten te zagen van grote spelers als Bayer, Corteva, Syngenta en BASF die samen zo’n 80% van de mondiale zadenmarkt in handen hebben.

Wat jullie doen is niet natuurlijk”

Als we zaden veredelen in een laboratorium, onder een microscoop, bij kunstlicht, door iemand in een witte jas, dan is die veredeling niet ‘natuurlijk’, nee. De natuurlijke manier is in het open veld; dan duurt veredeling vele honderden jaren. Het kan ook met de hand. Mijn grootvader was dertien jaar bezig om handmatig soorten te kruisen om uiteindelijk te komen tot de variëteiten die werkten. Dat vonden de critici toen ook al onnatuurlijk. Tegenwoordig kan veredeling nog weer sneller – en we weten nu een stuk beter wat er precies verandert aan een zaadje of plantje.’

Onderzoek om bananen te maken die resistent zijn tegen de Panama Disease, de ziekte die wereldwijd bananenteelt bedreigt

Misschien zit de angst voor deze modernisering vooral in de snelheid waarmee we de natuur naar onze hand zetten. Maar is het niet vreemd dat we bij medische innovatie juist meer snelheid eisen? Door allerlei onderzoeken en regelgeving duurt het soms wel twintig jaar voordat een doorbraak bij de behandeling van een ziekte op de markt komt. Het is terecht dat steeds meer mensen zich beklagen over deze traagheid, omdat het lijden onnodig in stand houdt. Het is merkwaardig dat een vergelijkbare druk volledig ontbreekt bij de productie van voedsel.

Het is lastig om mensen te overtuigen dat dit de oplossing kan zijn voor de voedselveiligheid. De meeste mensen willen argumenteren op basis van emotie, maar de mensen van Inari gaan uit van wetenschap en technologie. Dat is vreselijk droog. Julie Borlaug: “Zelfs als ik met mijn familie praat over mijn werk, ben ik de meesten binnen een halve minuut kwijt. De critici die pleiten voor biologisch zijn slimmer in hun communicatie en krijgen meer publiciteit. Angst verkoopt, zo blijkt maar weer. Angst over wat we doen met het milieu, ons voedsel, onze gezondheid. Vaak is die angst volslagen onterecht, maar goed, ook misleidende informatie verspreidt zich snel.

Neem Greenpeace. Daar prediken ze louter kommer en kwel over landbouw. Ze reppen heel suggestief over ‘gif’ of ‘genetische manipulatie’. De miljoenen die de organisatie besteedt aan haar campagnes op sociale media kan ze beter besteden aan een oplossing. Want iedere dag sterven nog 25 duizend mensen vanwege hongergerelateerde ziekten. Zijn zij gebaat bij de angst die Greenpeace verspreidt? Dat lijkt me niet. Kom op zeg, je kunt niet eeuwig tegen armoede zijn én tegen innovatie.

Zie ook dit artikel over genetisch gemodificeerde gewassen en meer over wat er al gedaan wordt: waar blijft het supervoedsel

Bron: artikel door Marco Visscher in De Volkskrant, 7 februari 2020, ingekort