Home

Alledaagse evolutie (de les)

Categorie(ën): Voedsel voor de mensheid, Thematische lessen

Bij evolutie denken de meeste mensen vooral aan processen die over miljoenen jaren verlopen, en exotische uitgestorven beesten zoals dinosauriërs. Maar evolutie gebeurt nog steeds en er zijn steeds meer voorbeelden bekend waaraan je kunt zien, dat wij mensen bezig zijn de evolutie van allerlei soorten te versnellen. Dat we het uitsterven van soorten versnellen is bekend, maar er zijn veel meer voorbeelden. De meest ingrijpende zijn de gevallen waar bacteriën resistent zijn geworden tegen antibiotica en insecten tegen insecticiden.

Lees de teksten ‘Evolutie door natuurlijke selectie, door mensen‘ en ‘Evolutie in overdrive: mens maakt dieren slimmer’ (Nederlandse versie). Beantwoord vervolgens de onderstaande vragen, en ga op zoek naar meer voorbeelden.

 1. Vissoorten als kabeljauw en heilbot, waren vroeger zó groot dat je er per persoon niet meer dan een moot van at. Nu vind je op de markt of in de viswinkel kabeljauwfilets, bestaande uit een halve vis – genoeg voor één persoon… Leg uit welke selectiedruk op deze soorten wordt uitgeoefend.

2. Regelgeving over de maaswijdte van visnetten is bedoeld om de soorten te behoeden voor uitsterven.
a. Welke gedachtegang zit er achter een minimummaaswijdte?
b. Wat is het evolutionaire effect?

3. Leg precies uit hoe variatie en natuurlijke selectie hier werken.

4. Leg contact met mensen die kunnen vertellen hoe groot kabeljauwen vroeger vaak waren, misschien je grootouders, een oudere visser, of vishandelaar, of iemand van een natuurhistorisch museum in de buurt. Vraag haar of zijn mening.

5. Welke maatregel(en) zou de visserij moeten nemen om de vispopulaties in stand te houden en het kleiner worden van de dieren te voorkomen?

6. Uit ander onderzoek (zowel aan oud hout als uit oude geschriften) blijkt dat Nederland tot ±1800 veel meer oude bomen (bijv eiken) telde dan nu. Is dat ook het gevolg van evolutionaire verandering aan de eik? Leg uit. Als je denkt van niet, hoe kun je het dan verklaren?

7. Jagers in Nederland beweren dat hun jacht noodzakelijk is om de wildstand goed te beheren, omdat ze de rol van de predator hebben overgenomen. Welke jachtregels zijn er om de populaties herten, reeën en wilde zwijnen in ons land goed te beheren?

8. a. Zou het afschaffen van de jacht goed zijn om de populaties gezond en op grootte te houden?

b. Ook bij jachtwild zijn de grote dieren tegenwoordig zeldzaam geworden. Hoe kan dat verklaard worden?

c. Als de jacht afschaffen niet gebeurt, hoe zouden de regels veranderd moeten worden, om de evolutie naar kleinere vormen te stoppen.

9. In stedelijke omgeving moeten kleine dieren blijkbaar slimmer zijn dan op het platteland, terwijl je zou denken dat er wel meer voedsel te vinden zal zijn. Waarom is het toch lastiger om daar aan de kost te komen en te overleven als klein knaagdier?

10. Uit ander onderzoek is gebleken dat zangvogels in de stad harder en op hogere toon zingen dan buiten de stad. Welke natuurlijke selectie heeft daarvoor gezorgd?