Home

Bomen en de waterkringloop

Categorie(ën): Ecologie, Geschiedenis van mens en omgeving, Water

Water is het levensbloed van onze planeet. Van regenwoud tot woestijn, van prairie tot toendra, overal is de beschikbare hoeveelheid water bepalend voor wat er groeit. Geen enkel levend organisme kan zonder  water  als basis voor alle levensprocessen.

Toch is slechts 3% van het water op onze planeet zoet water – en het grootste deel ervan zit in bevroren vorm  in de poolkappen – en het weinige zoete water is constant bezig terug te vloeien of te regenen naar de zoute oceanen. Tegenover het zoete water dat terugkeert naar de oceanen ontstaat er constant zoet water door verdamping van de oceanen, waardoor wolken ontstaan die het zoete water weer aan land brengen als neerslag. Uit isotopenonderzoek is echter gebleken dat bijna al het vocht dat uit de oceaan komt, binnen 250 km van de kust als regen valt. Hoe kan de leven schenkende regen dan het uitgestrekte binnenste van de continenten bereiken?

De vochtige ‘adem’ van planten

Zodra regen op de grond terecht komt beginnen planten het water op te nemen. Planten moeten echter veel meer water opnemen dan ze strikt genomen nodig hebben voor hun stofwisseling, omdat planten veel water verliezen door verdamping en transpiratie (‘evapotranspiratie‘). Het water is hun inwendige transportmiddel.  Evapotranspiratie door bomen is het belangrijkste mechanisme waardoor de lucht vochtig wordt gehouden, terwijl het steeds verder landinwaarts stroomt vanaf de oceaankusten.

Als planten niet zo veel water afgaven via hun transpiratie zouden de binnenlanden van alle continenten alleen maar gigantische woestijnen zijn. Dit is het geval in Australië, waar uitgebreide ontbossing het hele continent heeft verdroogd, met alleen een smalle groene strook langs de kust.  Ook Antarctica is een zeer droog continent.

Bomen bevochtigen de lucht

Bomen zijn onder de planten de meest effectieve verdampers. Naast de oceanen vormen de bomen de andere helft van het wereldwijde systeem dat bekend staat als de water- of regenkringloop. Een gemiddelde boom kan per dag 100 liter water verdampen via het enorme oppervlak van zijn bladeren. Een hectare bos kan veel meer dan 1000 hectare bladoppervlak dragen.

Het is vrijwel onmogelijk het vermogen van bomen om de lucht te bevochtigen en daarmee de waterkringloop ver van de oceanen in stand te houden,  te overschatten.

Een deel van de neerslag verdampt onmiddellijk van de grond en vanuit kleine planten (dit gebeurt vooral bij lichte regen), de evapotranspiratie door bomen is verantwoordelijk voor verreweg het grootste deel van de regen in het binnenland.

Zelfs dicht bij de oceaan kunnen bomen van beslissend belang zijn voor de luchtvochtigheid en regen.

Toen  Europese kolonisten de wouden vol hoge bomen verwijderden van het eiland Maui, werd het naburige, ooit geheel beboste benedenwindse eiland (Kahoolawe) snel een woestijn, want de regen daar kwam van de bomen op Maui – en niet van de oceaan rondom beide eilanden.

 

Geen bomen geen regen

Als de bomen over grote gebieden worden gekapt zal benedenwinds de neerslag verminderen of stoppen. Dit is de situatie in een groot deel van het zuidwesten van de VS. Het is daar niet altijd zo droog geweest, zelfs tot voor kort. Het gebied is droger dan een paar eeuwen geleden.  Ons beeld van het ‘wilde westen’ is gevormd door de cowboyfilms, die alle zijn opgenomen in het gedegradeerde landschap van tegenwoordig.

Uit onderzoek aan jaarringen, pollen en dergelijke, en verslagen van Spaanse ontdekkingsreizigers, weten we dat het gebied nog kort geleden veel groener en productiever was dan nu. Nog 3 000 jaar geleden (geologisch gezien gisteren) was het gebied bedekt met grote wouden en  viel er  1,5 meer neerslag dan nu –  of meer. De graslanden waren bezaaid met vrijstaande bomen en boomgroepen en waren gezond en vitaal. Erosie door regenval was er nauwelijks.

 Mensen en woestijnvorming

3 000 jaar geleden liepen Sonoran woestijn en de  Chihuahua woestijn niet door tot wat nu Texas, Nieuw Mexico en Arizona is (deze woestijnen zijn in Mexico wel natuurlijk door de regenschaduw van de Sierra Madres). De oorspronkelijke bewoners zetten de prairies in brand – om de groei van gras te bevorderen en bomen kwijt te raken zodat er ruimte was voor de bizons om te grazen. Zij begonnen dus het proces van ontbossing – en vervolgens verwoestijning – waardoor de woestijnen zich naar het noorden konden uitbreiden. Toch troffen de Spaanse ontdekkingsreizigers er nog een gezonde mix van weiden en bossen aan. Maar kort daarna begon de grootschalige houtkap en overbegrazing waardoor het proces van ontbossing en verwoestijning versnelde. Ook de ontwikkeling van het gebied eiste zijn tol. Hele bossen werden gekapt voor de bielsen onder de Trans-Atlantische spoorlijn.

Albuquerque (Nieuw Mexico) ligt nu midden in de woestijn, maar is genoemd naar de witte eiken die  het gebied langs de  Rio Grande bedekten, voor de Europeanen ze uitroeiden. Grootschalige houtkap (plus overbegrazing) veranderde het eens rijke landschap in een gebied waar het gewicht van de sprinkhanen letterlijk groter is dan dat van de koeien. Toen de bomen weg waren, was er ook geen regen meer.

Woestijnen blijven niet op hun plek

Verwoestijning schuift op in de richting van de overheersende wind.  Dit proces is gemakkelijker te voorkomen dan te herstellen. Dit komt doordat de aanwezigheid van een woestijn neerslag benedenwinds vertraagt of zelfs verhindert. Bossen die benedenwinds van woestijnen liggen worden langzaam uitgedroogd en opgenomen door de woestijn.  Alle woestijnen groeien aan hun lijzijde, tenzij een geografische factor , zoals een oceaan of een bergrug,  het gebied beschermt. Wereldwijd vergroten de woestijnen zich jaarlijks met een oppervlak van 12 miljoen hectare (grofweg het oppervlak van Engeland), een gebied dat verloren gaat voor gebruik.

In halfdroge prairiegebieden kan gemakkelijk woestijn ontstaan als de weinige aanwezige bomen worden verwijderd. Het Midwesten van de VS zal waarschijnlijk woestijn worden als de irrigatie stopt, omdat de bomen die eerst gespaard werden als windbrekers, in het hele gebied  in de jaren 1960 zijn gekapt om gemakkelijker grote stukken land te kunnen ploegen zonder obstakels.

Rentmeesterschap versus plunderen

We moeten leren in processen te denken in plaats van in bestaande toestanden. We moeten natuurgebieden beschermen tegen het binnendringen van menselijke activiteiten vanwege hun eigen waarde – en voorzichtiger omgaan met de bossen waar houtkap is toegestaan.. Denk eraan, we hebben het land niet geërfd van onze ouders, maar gestolen van onze kinderen… laten we beginnen het terug te geven. Laat ons beginnen het idee van de aarde beheren vervangen door het idee van  rentmeesterschap. Het lijkt hetzelfde, maar het resultaat is heel anders.

Bron http://permaculture-and-sanity.com/ 2005

Een speciale rol spelen de bomen in de noordelijke wouden , zie De verrassende rol van bomen