Opworming van de aarde (de les)
Categorie(ën): Klimaat, Ecologie, Thematische lessen
De regenwormen zijn in opmars, en in de bodem zorgen ze voor flink wat extra uitstoot van broeikasgas. Niet dat we ze zouden moeten bestrijden, maar hun rol in de koolstofkringloop is groter dan men altijd dacht.
Lees de brontekst “De opworming van de aarde”.
Vragen:
1. Waarom maken mensen zich zorgen over de CO2 in de atmosfeer?
2. Waardoor stijgt dat gehalte tegenwoordig zo sterk? (noem 3 oorzaken)
3. Iedereen weet dat het goed is als de grond veel wormen bevat. Leg uit waarom dat zo is. Geef minstens drie redenen.
4. Waarom worden akkers tegenwoordig niet altijd meer omgeploegd voor er nieuw gewas wordt ingezaaid? (Dus: Wat is het nut van ploegen? En: Wat is het nadeel van ploegen?)
5. In Noord Amerika verdwenen de regenwormen in de laatste IJstijd. Pas toen vanuit Europa plantmateriaal werd ingevoerd, kwamen de wormen terug. Vanuit de oostkust verbreidden ze zich langzaam over het continent, waardoor de omzettingen in de bosbodem versneld worden. De bosbodem werd daardoor dus verbeterd. Zijn er nog andere vormen van verrijking van de ecosystemen te verwachten door deze ‘invasie’? Welke?
6. Uit dit onderzoek zou je kunnen opmaken, dat er reden is om de wormen te gaan bestrijden, maar de onderzoekers pleiten daar niet voor. In werkelijkheid kan het best zo zijn, dat wormen uiteindelijk wel zorgen voor een lagere totale CO2-productie, door betere plantengroei. Beschrijf een proefopzet waarmee je de hogere CO2-uitstoot door wormen zou kunnen meten, plus een andere proefopzet waarmee je de invloed van wormen op de plantengroei zou kunnen meten.
7. Maak een werkplan voor zo’n onderzoek, waarmee je zelf op kleine schaal kunt uitzoeken hoe de CO2productie van grond met en zonder wormen verschilt en voer dat onderzoek zo mogelijk ook uit.
