Rietsuiker goed voor milieu
Categorie(ën): Agrarische sector, Ecologie, Nieuws, Energie besparen
Ethiopische suiker voor een beter milieu
De Nederlandse bietsuiker industrie afbouwen, die van Ethiopië opbouwen en zo een bijdrage leveren aan een schoner milieu.
Ooit zetten de Nederlanders van de Handelsvereniging Amsterdam – in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw – de suikerindustrie in dat deel van de wereld op poten. De twee oudste fabrieken Wonji (1954) en Shoa (1962) zijn aan vervanging toe en dat is een mooi moment om met Nederlandse investeringen de draad weer op te pakken. Maar dan op een heel andere manier.
De huidige fabrieken zijn als het gaat om energieverbruik in hoge mate inefficiënt. Voor elektriciteit zijn de fabrieken aangewezen op stoom. Dat geschiedt door de verbranding van bagasse, een afvalproduct van suikerriet. De traditionele fabrieken gebruiken 450 tot 600 kilo stoom per ton suikerriet. Dat moet en kan terug naar 300 kilo suikerriet. Wat er aan bagasse overblijft, kan worden omgezet in briketten. En die briketten kunnen worden gebruikt als brandstof voor de huishoudens.
Nu nog wordt in Ethiopië veel op hout gestookt. Dat leidt tot ontbossing en erosie. Het gebruik van de bagasse is dan ook een belangrijk wapen tegen die milieudegradatie. De boeren krijgen, als de suikerindustrie leverancier van brandstof wordt, er ook een meststof bij. De koemest gaat nu in veel gevallen het land niet op, maar wordt eveneens als brandstof gebruikt. Dat is zonde, de boeren missen een kans om hun grond vruchtbaar te maken en op die manier de oogsten te vergroten.
Diezelfde boeren zouden ook de grote afnemers kunnen worden van de koek die achterblijft op de filters van de rietsuikerfabriek. Ook die stoffen kunnen worden uitgestrooid over het land, eventueel verrijkt met mineralen die ook in de Ethiopische bodem aanwezig zijn.
En om de lijst met zegeningen van de suikerproductie nog maar eens te vervolmaken: uit de suikerrietvezels, de molasse, kan ook ethanol worden geproduceerd. De Ethiopische auto’s zouden ten dele op die ethanol kunnen rijden en zo de olieafhankelijkheid van Ethiopië kunnen verkleinen. Mits niet meer dan vijf procent ethanol wordt toegevoegd aan de benzine, hoeven de automotoren niet te worden aangepast.
Ethiopië heeft met de suikerriet een beloftevolle industrie in handen, maar dan moet de overheid wel suiker en de bijproducten bagasse en molasse inpassen in een (bio)energiepolitiek.
Ruimte om de productie op te voeren is er voldoende. Het landbouwareaal voor suikerriet kan worden opgevoerd van 24000 hectare nu naar 130000 hectares.
Het bijproduct bagasse moet dan wel op waarde worden geschat. Nu nog wordt bagasse onderschat. Maar bij een prijs van 40 dollar voor een vat olie, is een ton bagasse 50 dollar waard. Het is dan ook niet voor niets dat de ontwikkelingsorganisatie dit plan heeft doorgespeeld naar haar partners in Mozambique, een andere grote producent van suikerriet in Afrika.
Winst dus voor Afrika, maar wat is de meerwaarde voor Nederland? Suikerbiet op Nederlandse bodem kan beter vervangen worden door andere gewassen. Het afval van de suikerbiet heeft bij lange na niet de restwaarde van de bijproducten van de suikerriet. Want bietsuiker vreet energie, rietsuiker levert energie. De vervanging van de biet- door rietsuiker levert zo een mooie bijdrage aan het milieuverdrag van Kyoto.

