Home

Windparken en natuur

Categorie(ën): Ecologie, Nieuws, Duurzame energie

Onderzoek toont aan: zeeleven profiteert van eerste offshore windpark van Nederland

Omdat veel mensen bezwaar maken tegen windmolens in hun directe omgeving worden windmolens nu vooral gebouwd in zee, buiten het zicht van de meeste mensen. Omdat veel mensen zich zorgen maken omdat de windparken wel eens heel slecht voor de natuur zouden kunnen zijn, is er vijf jaar lang onderzoek gedaan in en rond het eerste offshore windpark van Nederland bij Egmond aan Zee. Wat blijkt: het windpark heeft nauwelijks nadelige, maar wel positieve effecten op het leven in en op zee.

Dit windpark werkt sinds 2007. Het park, dat 10 tot 18 km voor de kust van Egmond aan Zee ligt en 27 km² beslaat, levert jaarlijks stroom voor ruim 100.000 huishoudens.

Vijf jaar wetenschappelijk onderzoek

De Nederlandse toponderzoeksinstituten IMARES, NIOZ en Bureau Waardenburg hebben wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen van het windpark voor leven in en op zee. Vier groepen dieren zijn onderzocht: vissen, vogels, zoogdieren (zeezoogdieren en vleermuizen) en bodemdieren.

ONDERZOEKSRESULTATEN

Vissen

Naast algemeen onderzoek naar de aanwezigheid van vissen in en rondom het windpark is het gedrag van twee vissoortenCod-2b-Atlanterhavsparken-Norway specifiek onderzocht, kabeljauw (foto) en tong. Kabeljauw lijkt graag in het park te blijven. Rond de palen van de windturbines zit meer kabeljauw dan daarbuiten. Dat heeft zeer waarschijnlijk te maken met het ontbreken van visserij in het park en het vele voedsel dat aan en rond te palen te vinden is. Vissen in het windpark en in een straal van 500 meter rondom de buitenzijde van het park is in verband met veiligheid namelijk verboden. Het onderzoek naar tong laat geen verschillen zien in en buiten het park.

Voor dit onderzoek is onder andere gebruik gemaakt van minuscule, zeer innovatieve zendertjes die in vissen zijn geïmplanteerd die contact maken met ontvangers op de zeebodem.

Vogels

Jaarlijks passeren ongeveer vijf miljoen vogels het windpark. De meeste zeevogels blijken het park te mijden. Zij vliegen er bij voorkeur om- of overheen. Vogels die wel in het windpark komen, weten de turbines doorgaans goed te ontwijken. Een zeer klein aantal vogels wordt geraakt door de wieken, ongeveer 0,01% van de vogels die het windpark passeren. Dit onderzoek is gedaan met radar . aalscholverVoor de aalscholver is het park ideaal. Deze vogel moet na het vissen zijn verenpak laten drogen (foto). Dat doen aalscholvers in groten getale door met gespreide vleugels op de bordessen van de windturbines plaats te nemen. Zowel in de zomer- als wintermaanden is deze soort er kind aan huis. Opmerkelijk, want deze vogelsoort verblijft normaliter niet zo ver uit de kust. De aalscholver is een beschermde vogelsoort. Hij komt veel voor in kustgebieden en leeft van vis; dagelijks verorbert hij ongeveer een halve kilo. In het windpark leeft vis in overvloed. Voor aalscholvers is daar dus veel voedsel beschikbaar. Aan de palen van de windturbines hechten zich bijvoorbeeld wieren, zeeanemonen, zeesterren en mosselen. Daar komen weer wormen, krabbetjes, schelpdieren en garnaalachtigen op af. En dat alles trekt natuurlijk weer vis aan. Vis die niet gevangen wordt. Combineer dit alles met 36 turbines plus een meetmast om het verendek te drogen en de conclusie is duidelijk: voor de aalscholver is het windpark een soort luilekkerland.

Zeezoogdieren

Twee soorten zeezoogdieren zijn onderzocht, de zeehond en de bruinvis (foto). Effecten van het windpark op zeehonden zijn niet gevonbruinvis-oosterschelde-20112den. Dit heeft voornamelijk te maken met de grote afstanden die zeehonden afleggen. Ze zijn in de hele Noordzee actief en ook in het windpark worden ze gesignaleerd. Daarom is het effect van het windpark, dat slechts 27 km² meet, niet waarneembaar. Aanwezigheid van bruinvissen is gemeten met behulp van onderwatermicrofoons. Gebleken is, dat in het park meer bruinvissen te vinden zijn dan erbuiten. Dit komt mogelijk doordat er meer voedsel en buiten het park meer verstoring is.

Vleermuizen

Ook vleermuizen profiteren van de windparken. Twee soorten zijn er waargenomen: de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) (foto)en de rosse vleermuis (Nyctalus noctula). Van beide vleermuissoorten is bekend dat ze tijdens de trek grote afstanden kunnen afleggen. Het kan dus gaan om migrerende dieren, maar het kunnen ook lokale populaties zijn die heen en weer vliegen vanaf het vasteland om te foerageren. Er zijn geen aanwijzingen dat de vleermuizen rusten in de windparken. NaDwergvleermuisder onderzoek, dat al is gestart, zal meer informatie verzamelen over de manier waarop vleermuizen de offshore windparken gebruiken. Eerder waren al vleermuizen waargenomen in windparken in de Oostzee en op booreilanden in de Noordzee.

Ultrasone geluidsrecorders

Om aan te kunnen tonen dat vleermuizen voorkomen in de Nederlandse offshore windparken is onderzoek gedaan met behulp van ultrasone geluidsrecorders. Deze recorder registreert de sonar die de vleermuis tijdens het vliegen gebruikt om te navigeren en te foerageren. De meeste soorten zenden signalen uit die specifiek zijn voor de soort. Met de apparatuur zijn in beide offshore windparken vleermuizen vastgesteld, waarbij het in 98% van de gevallen ging het om de ruige dwergvleermuis en in 2% om de rosse vleermuis. De meeste vleermuisactiviteit is vastgesteld in begin september.

Toekomstig onderzoek

Het onderzoek heeft aangetoond dat ook in Nederlandse offshore windparken vleermuizen voorkomen. Er is nog zeer weinig bekend over trekroutes over de Noordzee en over het gebruik van offshore windparken als foerageergebied. Omdat vleermuizen beschermde dieren zijn is het van belang om meer onderzoek te doen, zodat in de toekomst rekening gehouden kan worden met de aanwezigheid van vleermuizen op zee. Het vervolgonderzoek is een eerste stap.

Bodemdieren

Op het bodemleven in het zand tussen de palen van de windturbines zijn (nog) geen effecten waarneembaar . Dit kan komen, doordat slechts eens in de vijf tot tien jaar veel jonge schelpdieren volwassen worden. Dat heeft zich de laatste jaren niet voorgedaan. Op de palen en op de stenen rond de palen zijn wel veel diersoorten gevonden, waardoor de lokale biodiversiteit is toegenomen. In totaal telden onderzoekers 33 diersoorten op en rond de basis van de molens die eerder niet in het gebied voorkwamen.

Bron: http://www.noordzeewind.nl/

Nog een positief effect van windturbines kan bescherming tegen zware stromen zijn. Zie hierover:

Wind Turbines May Weaken Hurricanes