Home

Bescherm de laatste wildernissen!

Categorie(ën): Ecologie, Nieuws

James E. M. Watson, James R. Allan en collega’s waarschuwen dat de internationale natuurbescherming  het verdwijnen van de weinige intacte ecosystemen, die we nog hebben, moet voorkomen (Nature  31 oktober 2018).

Een eeuw geleden was slechts 15% van het aardoppervlak in gebruik voor landbouw en veeteelt. Nu is meer dan 77% van het land (Antarctica  niet meegerekend) en 87% van de oceanen veranderd door de gevolgen van menselijke activiteiten. Recente kaarten van nog intacte ecosystemen geven daar een beeld van.

Tussen 1993 en 2009 verdween een oppervlak aan wilde natuur groter dan India (3,3 miljoen vierkante kilometer!) door huizenbouw, landbouw, mijnbouw en andere processen. In de oceanen  zijn er eigenlijk bijna alleen in de poolgebieden nog  gebieden die niet aangetast zijn door industriële visserij, vervuiling en scheepvaart.

Allerlei onderzoeken laten zien dat de overgebleven wilde gebieden steeds belangrijker worden als buffers tegen de gevolgen van klimaatverandering en andere  vormen van menselijke invloed. Maar tot nu toe is de bijdrage van intacte ecosystemen niet genoemd als doel  van internationale projecten zoals het Strategic Plan for Biodiversity  of het Klimaatverdrag van Parijs, beide van de VN. Hier moet verandering in komen, willen we voorkomen dat er geen intacte ecosystemen overblijven.

Laatste kans

In 2016 gaven we leiding aan een internationaal team wetenschappers dat de overgebleven ongerepte wilde natuur op het land in kaart bracht. Dit jaar hebben we een vergelijkbare kaart gemaakt van de intacte gebieden in de oceanen. De resultaten laten zien dat de tijd dringt, willen we de gezondheid van de planeet  –  en daarmee het welzijn van de mensheid – behouden.

Gefragmenteerde gebieden kunnen een belangrijke rol spelen, door inkomen uit toerisme te genereren of bij te dragen aan de gezondheid van mensen, of veel biodiversiteit te  bevatten. Toch wijzen talrijke studies uit, dat de meest intacte ecosystemen allerlei functies vervullen, die steeds meer van cruciaal belang blijken te zijn.

Wilde aarde

Om de overgebleven wilde gebieden op het land in kaart te brengen gebruikten we de beste beschikbare data over acht vormen van menselijke invloed – met een resolutie van 1 vierkante kilometer. De  acht vormen van menselijke invloed zijn: gebouwde omgeving, akkerbouw, weidegrond, bevolkingsdichtheid, nachtelijke verlichting, spoorwegen, wegen en bevaarbare waterwegen. (De data werden verzameld in 2009). Voor onze kaart van intacte ecosystemen in de oceanen gebruikten we data van 2013 betreffende visserij, industriële  scheepvaart, afstromen van kunstmest van het land en 16 andere indicatoren. De gebieden die vrij waren va menselijke invloeden noemden we ‘wilde of ongerepte natuur’, waarbij we op het land uitgingen van gebied van minimaal 10,000 km2.

Deze gebieden zijn nu nog de enige plekken waar combinaties van  soorten voorkomen in vrijwel natuurlijke aantallen. Het zijn ook de enige gebieden die biodiversiteit in stand houden  op een evolutionaire tijdschaal. Als zodanig zijn het belangrijke reservoirs van genetische informatie en functioneren ze als referentiegebieden bij pogingen gedegradeerde land-of zeeschappen te herstellen.

Uit verschillende analyses blijkt dat deze wilde gebieden steeds belangrijker worden als vluchthaven voor soorten die het zwaar hebben in landschappen die door de mens gedomineerd worden. In de zeeën zijn het de laatste gebieden waar nog levensvatbare populaties van toppredatoren  zoals tonijn, zwaardvis en haaien, leven

Het beschermen van intacte ecosystemen kan ook een sleutelrol spelen in het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering,  waarbij de functie van vluchthaven heel belangrijk is. Een onderzoek uit 2009 liet bijvoorbeeld zien dat koraalriffen in de Cariben die weinig te lijden hadden van vervuiling of visserij tot viermaal sneller herstelden van verbleking dan riffen die wel van beide te lijden hadden. En een meta-analyse uit 2012 liet zien dat de invloed van klimaatverandering ernstiger is in meer gefragmenteerde landschappen.

Alleen de blauwe gebieden in de oceanen zijn nog ‘wilde’ ecosystemen.

Veel wildernissen zijn belangrijke ‘sinks’ voor koolstofdioxide uit de atmosfeer. Het noordelijke, ‘boreale’ woud is het meest intacte ecosysteem op de planeet, en bevat een derde van de koolstofvoorraad. Intacte wouden kunnen veel meer koolstof opnemen en vastleggen dan verstoorde wouden. In de tropen zorgen kappen en afbranden van de wouden voor tot 40% van de koolstofuitstoot. In de oceaan veranderen zeegrasvelden als ze verstoord worden, door vervuiling of slibafzetting, van koolstofsink in bron van koolstof uitstoot.

Sub-Arctische vegetatie: boreaal woud 

Bovendien beginnen modellen die gebaseerd zijn op geografie, regenval, ontbossing etc.  steeds meer duidelijk te maken in hoeverre wilde gebieden de klimaat- en water-kringlopen reguleren, lokaal, regionaal, maar ook wereldwijd. Dergelijke gebieden vormen buffers tegen de gevolgen van extreem weer en geologische verschijnselen. Simulaties van tsunami’s laten bijvoorbeeld zien dat gezonde koraalriffen tweemaal zoveel bescherming bieden dan aangetast koraal.

Inheemse gemeenschappen in de wilde gebieden

In ongerepte gebieden leven  enkele van de meest politiek en economisch  gemarginaliseerde inheemse gemeenschappen. Deze mensen (bij elkaar honderden miljoenen) zijn afhankelijk van intacte ecosystemen op het land en in het water,  voor zaken als voedsel, watervoorziening en vezels. Veel van die mensen hebben  een band met hun omgeving die al duizenden jaren bestaat. Die wildernis beschermen is van cruciaal belang om ze te beschermen tegen armoede en marginalisatie  – en de ‘Sustainable Development Goals‘ van de VN te bereiken: ongelijkheid verminderen en het welzijn van mensen bevorderen.

Internationale doelen

We geloven dat de overgebleven natuur op aarde alleen beschermd kan worden als het belang ervan wordt  erkend in de internationale politieke systemen. Op dit moment worden sommige natuurgebieden beschermd door nationale wetgeving, zoals de Wilderness Act  van 1964 in de VS, die 37 000 km2  federaal land beschermt. Maar in de meeste landen zijn deze gebieden niet formeel  beschreven, in kaart gebracht of beschermd. Dat betekent dat er niets is dat landen, bedrijven,  de burgermaatschappij of plaatselijke gemeenschappen  verantwoordelijk houdt  voor hun behoud op de lange duur. Wat nodig is, is het vaststellen van internationale doelen binnen bestaande internationale kaders – met name degene die gericht zijn op het behoud van biodiversiteit, het vermijden van een gevaarlijke klimaatverandering en het bereiken van duurzame ontwikkeling.

Er zijn verschillende mogelijkheden om dit onmiddellijk te doen. De capaciteit van ongerepte gebieden voor de opname en het vastleggen van koolstof kan formeel worden gedocumenteerd en het belang van het behoud van de gebieden kan beschreven worden in politieke aanbevelingen van het UN Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Deze actie zou landen in staat stellen de bescherming  van ongerepte gebieden op te nemen in hun strategie voor de reductie van CO2-uitstoot.

Bijvoorbeeld: In het kader van het UNFCCC-proces voor het verminderen van de CO2-uitstoot door ontbossing en achteruitgang van de kwaliteit van de wouden (REDD+) kunnen grondeigenaars gecompenseerd worden als ze een stuk tropisch woud dat ze wilden kappen, laten staan. Maar er zijn geen stimuleringsmaatregelen voor landen, voor bedrijven of gemeenschappen om hun koolstofopvang te beschermen,  zelfs als er geen geplande ontwikkeling bekend is. Dit betekent dat er geen mogelijkheid is om de langzame erosie van deze gebieden door kleinschalige en vaak ongeplande industriële activiteiten. Vergelijkbare strategieën zijn noodzakelijk om andere koolstofrijke ecosystemen te beschermen, zoals zeegrasweiden en gematigde en polaire wouden, vooral in ontwikkelde landen die geen financiële steun in het kader van  UNFCCC ontvangen.

Najaar 2018 vond in Egypte de 14de  conferentie plaats van de  Convention on Biological Diversity (CBD). Landen die deze conventie getekend hebben, intergouvernementele organisaties zoals de International Union for Conservation of Nature (IUCN), non-gouvernementele organisaties (ngo’s) en de ‘wetenschap’ kwamen bijeen om te werken aan een strategisch plan voor de bescherming van de biodiversiteit na 2020. Wij menen dat een  stoutmoedig, maar reëel doel moet zijn 100% van alle overblijvende intacte ecosystemen te beschrijven en beschermen. Een dwingend wereldwijd geaccepteerd doel zal het voor regeringen, ngo’s etc. gemakkelijker maken om gelden vrij te maken en acties te beginnen.

De Ivishak Rivier in  Alaska. Gevoed door gletsjers in de bergen, stroomt de Ivishak eerst in noordoostelijke richting, dan naar het noordwesten, door de  Philip Smith Bergen en de noordelijke heuvels in het  Arctic National Wildlife Refuge.  De Ivishak is aangewezen als  ‘National Wild and Scenic River’.

Het zal ook helpen acties te beginnen in het kader van de verschillende conventies bedoeld om de biodiversiteit te beschermen.  Een voorbeeld: het officieel erkennen van de bijdragen van de wilde natuur aan de belangrijke universele waarde van bepaalde gebieden kan leiden tot het aanwijzen van nieuwe Natural World Heritage Sites

In het kader van de UN World Heritage Convention worden  Natural World Heritage Sites  nu geselecteerd wegens hun uitzonderlijke natuurlijke schoonheid – of omdat ze unieke biodiversiteit bevatten of bijzondere ecologische en geologische kenmerken. De wilde natuur moet gekoppeld worden aan al deze criteria, maar het belang ervan moet ook nog meer specifiek worden erkend.

Wilde oceanen

Bijna twee derde van de ongerepte natuur in zee ligt in internationale wateren, dus buiten de  directe zeggenschap van landen.  De  Convention on the Law of the Sea van de VN is in onderhandeling om te komen tot een wettelijk bindende overeenkomst om de natuur van de open zee te beschermen. Het beschermen van de resterende wilde natuur in de oceanen tegen exploitatie zou  een van de belangrijkste componenten van het nieuwe verdrag moeten zijn. Ook het beperken van overheidssubsidie aan schadelijke vismethoden moet een cruciaal onderdeel zijn; zonder deze subsidies is meer dan de helft van de industriële visserij in de open oceaan onrendabel.

Keizerpinguins (Aptenodytes forsteri) verzorgen hun verenkleed op het pakijs (Ross Sea,  Antarctica)

Antarctica

Antarctica is verboden gebied voor exploitatie zoals mijnbouw. Indirecte effecten van menselijke activiteit daar zijn lastiger te meten. Maar het is een gebied met  cruciale wilde natuur dat dringend beschermd moet worden. De geïsoleerde ligging en extreme omstandigheden hebben het gebied beschermd tegen de aantasting die we op andere plaatsen zien. Maar invasieve soorten, vervuiling, toegenomen menselijke activiteit en vooral klimaatverandering bedreigen de unieke biodiversiteit daar en het vermogen van het gebied om een regulerende rol te spelen op het wereldklimaat.

De Commission for Environmental Protection’ van het  Antarctic Treaty System geeft in het laatste vijfjarenplan  voorrang aan onderzoek en actie om het effect van menselijke activiteit daar tot een minimum te beperken. De betrokken landen moeten zich inspannen om te zorgen dat de invloed van mensen tot een minimum beperkt wordt, bijvoorbeeld door strenge maatregelen om het risico dat bezoekers  invasieve soorten op Antarctica brengen zo klein mogelijk te maken.

Lokale acties

Rode lechwes (Kobus leche leche) in de Okavango Delta, Botswana, Afrika

Hoe kunnen veranderingen in de politiek op internationaal niveau vertaald worden in effectieve nationale acties?

Twintig landen bevatten 94% van de nog bestaande wilde natuur op aarde (buiten de open oceanen en Antarctica). Meer dan 70%  ligt in slechts 5 landen: Rusland, Canada, Australië, de VS en Brazilië. Wat in deze landen wordt gedaan (of nagelaten) om de uitbreiding van het wegennet en de  scheepvaartroutes te beperken, en grenzen te stellen aan grootschalige ontwikkelingen als mijnbouw, bosbouw, landbouw viskwekerijen en industrieel vissen, zal een beslissende rol spelen. Een duidelijke strategie die deze landen zouden kunnen gebruiken is het aanwijzen van beschermde gebieden waardoor de effecten van industriële activiteiten  op het landschap of watergebied beperkt wordt. Gezien de omvang van de wilde gebieden zal de vergroting van de streng beschermde gebieden niet voldoende zijn.

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het beëindigen van industriële activiteit om de inheemse volken en hun leefwijze te beschermen de biodiversiteit en ecosysteemdiensten even goed beschermen als het instellen van streng beschermde gebieden. Het erkennen van de rechten van de plaatselijke gemeenschappen op het land en het gebruik ervan zou wel eens een sleutel kunnen zijn voor de beperking van de invloed van industriële activiteiten.

Mechanismen die het de private sector mogelijk maken wilde natuur te beschermen in plaats van te vernietigen zullen van groot belang zijn. Meer specifiek zal het behoud van intacte ecosystemen een rol moeten krijgen in de investeringsstandaarden van organisaties als de Wereldbank en regionale ontwikkelingsbanken. Initiatieven  die het bedrijven mogelijk maken te verklaren dat hun producten ‘ontbossingsvrij’ zijn (denk bijvoorbeeld aan palmolie) zouden uitgebreid moeten worden om meer intacte natuurgebieden te beschermen. In de oceanen hebben ‘Regional Fisheries Management Organizations (RFMOs), gevormd door landen die hun gezamenlijke belangen op het gebied van visserij behartigen, grote delen van de open oceanen gesloten. De North East Atlantic Fisheries Commission (een RFMO gesticht in 1980) heeft voor meer dan 350 000 vierkante kilometer van de Atlantische oceaan bodemtrawlvisserij verboden. De macht van de RFMO’s zou vergroot kunnen worden door bredere beschermingsverdragen voor de open zeeën  te creëren.

Bloemen in de Australische woestijn, een wild gebied het laatste gebied waar veel soorten buideldieren nog voorkomen, o.a. de  bilby. 

Uitsterven

Wilde gebieden lopen dezelfde kans uit te sterven als soorten dat doen. Net als het uitsterven van soorten is het eroderen van wilde natuur onomkeerbaar Uit onderzoek blijkt dat de eerste effecten van industrie op natuurgebieden de meest schadelijke zijn. En als een intact ecosysteem eenmaal aangetast is, kan het – met de vele waarden die het vertegenwoordigt – nooit meer geheel hersteld worden.

Toen President Lyndon B. Johnson in 1964 de  US Wilderness Act tekende zei hij “Als we willen dat toekomstige generaties ons in dankbaarheid en niet met verachting zullen gedenken,… moeten we hen een glimp gunnen  op de wereld zoals hij ooit was…”

We hebben al zoveel verloren. We moeten deze kans grijpen om de wilde natuur veilig te stellen, voor hij helemaal verdwenen is.

Aangepast en vertaald door Loes Pihlajamaa. Bron: Nature 563, 27-30 (2018)