Home

Ruimte voor wilde dieren in een verstedelijkte wereld

Categorie(ën): Stads leven, Ecologie

In het zuiden van India, in de staat Karnataka, kunnen we mooe voorbeelden tegenkomen van wilde dieren, zelfs grote roofdieren, die leven in de buurt van menselijke nederzettingen. In andere gebieden begint men in te zien dat het waardevol is wilde dieren ook in onze eigen omgeving te beschermen. Verstedelijking hoeft niet altijd een grote bedreiging voor de natuur te betekenen. 

Tijgers aan de deur

In Karnataka vind je prachtige schaduwrijke koffieplantages met een ondergroei van koffiestruiken en klimmende peperplanten – ook een nuttig gewas –  die tegen de schaduwbomen op groeien. Dit type koffieplantages, die in verbinding staan met resterende stukken oerwoud, verschaffen de predatoren, met name tijgers die hier ’s nachts passeren, een goede beschutting. Er is hier heel weinig conflict met de natuur. Op andere plekken wordt de doorgang voor de dieren een smalle strook tussen de dorpen door. Natuurbeschermers spelen hier een dubbele rol: ze helpen de dorpelingen leven met de grote roofdieren op hun stoep, maar ze voeren ook strijd tegen de mensen die om economische redenen steeds meer van de natuurgebieden afknabbelen. Dit is in het klein hoe de wilde natuur er tegenwoordig voorstaat, niet alleen in India maar bijna overal

Biodiversiteit beschermen

Voor natuurbeschermers die zich bezig houden met biodiversiteit betekent dat tegenwoordig minder het beschermen van ongerepte gebieden en meer het scheppen van ruimte voor de dieren aan de randen van onze verstedelijkte wereld. Natuurbescherming betekent vaak het inrichten van landschappen als habitat voor wilde soorten maar tegelijk voor menselijk gebruik, voor bewoning, wegen, boerenbedrijven etc. Er is simpelweg geen andere ruimte voor de dieren.

Nationale parken, reservaten en andere beschermde gebieden blijven noodzakelijk, vooral voor soorten die zich niet goed kunnen aanpassen aan door mensen gedomineerde  landschappen. De  168 landen die de  Convention on Biological Diversity (CBD) hebben getekend, hebben vastgelegd dat ze in het jaar 2020 17% van hun land als natuurgebied zullen beschermen.  Maar het is lastig dat doel te bereiken. De laatste jaren is het percentage beschermde gebieden en nationale parken wereldwijd blijven steken op circa 15%; veel minder dan de halve aarde zoals E.O. Wilson voorstelt (zie “half-Earth” ).

Bufferzones en corridors

Uit onderzoek is gebleken datde biodiversiteit al verbeterd kan worden door corridors tussen natuurgebieden die niet breder hoeven te zijn dan  20 tot 25 meter. Er is al veel gedaan aan het verbeteren van bufferzones rond natuurgebieden en het aanleggen va corridors tussen beschermde gebieden. Zo is het oppervlak beschermd gebied in de VS sinds 2000 meer dan verdubbeld. Een grootschalige corridor verbindt Yellowstone met Yukon in Alaska: 3 000 km lang.  (y2y :Yellowstone-to-Yukon Conservation Initiative). Hierdoor worden beschermde gebieden met elkaar verbonden en kunnen dieren als het wapitihert (foto), grizzlybeer en andere soorten zich vrij bewegen over een gebied  van meer dan een miljoen vierkante kilometer.

Tegelijk heeft onderzoek van  Nick Haddad (conservation biologist at the University of Michigan’s W.K. Kellogg Biological Station) laten zien dat biodiversiteit al verbeterd wordt door corridors die niet meer dan 20 meter breeed zijn –  “in stedelijke omgeving heel goed mogelijk” voegt hij eraan toe. Nieuw onderzoek in Botswana liet zien dat olifanten onderweg van Chobe National park  naar de nabije Chobe rivier corridors door bewoond gebied gebruiken die slechts 3 meter breed zijn.

 Steden die natuur beschermen

Stadsbesturen zien ook in dat het goedkoper  is te zorgen voor schoon water door natuurgebieden op te kopen binnen hun eigen grenzen  en rond de brongebieden, dan het installeren van dure technische voorzieningen om het te zuiveren na aanvoer. Het is bekend dat New York grote delen van het Catskilsgebergte (ca 150 km ten noordwesten van de stad) heeft opgekocht. Dit soort gebieden zijn geweldig voor de natuur.

Steden beginnen ook in te zien dat het goed is natuur binnen hun grenzen te beschermen. Zo heeft Singapore de laatste 30 jaar het natuurgebied binnen de stadsgrenzen vergroot tot ongeveer de helft van zijn oppervlak, ook al is de bevolking in die tijd verdubbeld. Het ‘Central Catchment Nature Reserve‘ is een van de laatste plekken waar de geelkruinbulbul voorkomt, een vogel die ooit algemeen voorkwam in zuidoost Azië.  De regering heeft ook aangekondigd nieuwe natuurparken in te richten als habitiat voor de ernstig bedreigde bandlangoer (banded leaf monkey, foto)

Ook waar geen nieuwe natuurgebieden zijn, is de bevolking soms in actie gekomen om hun natuur te beschermen. In Mumbai moedigen de politici de afbraak van natuurlijke habitats aan, met name in de buurt van het  Sanjay Gandhi National Park. Maar plaatselijke natuurbeschermers en de parkbeheerders zijn in actie gekomen om de mensen rond het park te leren omgaan met de 30 wilde luipaarden in hun omgeving

Los Angeles heeft zijn poema’s (of bergleeuwen) de staus van volkshelden gegeven (De Facebook bio  van de poema P22 begint als volgt: “Hi! I’m LA’s loneliest bachelor. I like to hang out under the Hollywood sign to try and pick up cougars.“)  N.B. cougar = poema

 

 

Wegen

Wegbeheerders hebben geleerd dat ze geld kunnen besparen, hun koolstofvoetafdruk kunnen verkleinen, toeristen een plezier kunnen doen, en de natuur kunnen  helpen door de bermen en middenstroken niet meer als grasland te beheren maar met bloeiende planten in te zaaien. De kosten van maaien en bespuiten zijn dan aanzienlijk lager.  Het idee de door mensen gedomineerde landschappen meer geschikt te maken voor wilde natuur stamt tenminste uit de jaren ’70 van de vorige eeuw toen er bijvoorbeeld in de VS voor werd gepleit om tuinen meer natuurlijk te maken, dan de saaie gladde gazons die men meestal had (en heeft). In een ‘wilde’ tuin kunnen vogels en vlinders etc leven.

Maar de laatste jaren is het nog veel dringender  noodzakelijk geworden  middelen – groot en klein –  te zoeken om wilde natuur in ons midden te laten overleven. Dat is voor een deel zo, o0mdaty de soort Homo sapiens in deze eeuw voor het eerst overwegend  stedelijk is geworden: meer dan de helft van de mensheid woont nu in steden. En er wordt nog een enorme groei van steden en mega-steden verwacht.

De sterke afname van insecten…

Zelfs de biologen waren geschokt in 2017 door het onderzoek waaruit bleek dat de insecten in Duitsland massal aan het uitsterven zijn: in een periode van 27 jaar, van 1989 tot 2016, bleek de populatie van de vliegende insectenin natuurreservaten verspreid over  Duitsland met gemiddeld 76% afgenomen in de periode van midzomer, als de meeste insecten actief zijn zelfs met 82%. De meeste mogelijke oorzaken – waaronder fragmentatie van leefgebieden,ontbossing, monoculturen in de landbouw, massaal gebruik van pesticiden – zich voordoen buiten deze beschermde gebieden. Een van de onderzoekers schreef in een bitter commentaar: “We schijnen grote gebieden onleefbaar te maken voor de meeste levensvormen. we zijn op weg naar een ecologische Armageddon!”

…en andere dieren

Dit nieuws kwam vlak na een rapport  (van de National Academy of Sciences) waarin gesproken wordt van de “biologische vernietiging”  waardoor wel “ 50% van de aantallen dieren waarmee we de aarde ooit deelden al verdwenen is.”  wat tot gevolg zal hebben  “dat ecosystemen als dominostenen ineen zullen storten”en de economische en sociale diensten van de natuur – “van vitaal belang voor onze beschaving” – zullen verdwijnen. De populaties van gewervelde dieren wereldwijd – van olifanten tot amfibieën – zijn al met 58% afgenomen – en naar verwachting in 2020 met 67%.  dat betekent dat twee derde van alle gewervelde dieren op aarde verdween tijdens het leven van iemand die nog niet eens 50 jaar oud is.

Veranderingen in de instelling van mensen

Als we te maken hebben met ‘vernietiging’ en  ‘Armageddon’ lijkt het zinloos om nog te spreken van maatrelen langs de ‘randen’ van ons dagelijks leven. “Als we ons concentreren op verarmde landschappen, wegbermen, stroken grond onder hoogspanningsleidingen, dan kun je wel plekken vinden die een belangrijke habitat  voor bepaalde soorten kunnen vormen,” aldus  Josh Tewksbury (bioloog aan de universiteit van Colorado Boulder, gespecialiseerd in natuurbescherming) “ Maar het zal niet meevallen om te laten zien dat dit echt een verschil zou maklen voor het grote probleem. Het lost geen 95% van het probleem op.”  Maar vervolgens zei hij – als tweede gedachte: “Het zou 95% oplossen voor de mensen en de biodiversiteit” in de zin dat  “regelmatig vogels zien in het park, of een vos die over het veld loopt, of zelfs de straat oversteekt  grote invloed kan hebben op de waarde die mensen hechten aan de natuur.” En veranderingen in de manier waarop mensen denken over natuur kunnen dramatische gevolgen hebben op de mogelijkheden voor wilde dieren om te overleven in door mensen gedomineerde landschappen.

 

 

 

 

Wilde dieren terugbrengen

Oude  denkbeelden vormen het grootste struikelblok voor de terugkeer van de wolf in de VS, ondanks het feit dat er ruimte genoeg is. Tegelijkertijd is de wolf in Europa, een van de sterkst geïndustrialiseerde landschappen ter wereld  welkom, zelfs tot aan de grenzen van de grootste steden, samen met de bruine beer, de lynx, de wisent, en andere soorten. Het verrassend snelle herstel van de populaties van dergelijke soorten in Europa heeft geleid tot een oproep om het herstel van wilde populaties te bestempelen tot een belangrijke componenet van het behoud van de biodiversiteit op de lange termijn op  verarmde landschappen in andere streken, en misschien overal.

Maar zelfs terwijl het waarschijnlijk een goed idee is om  onze steden en dorpen als habitat te zien voor wilde soorten lopen we het gevaar dat deze landschappen tot ‘ecologische afvalputjes’ worden, dat wil zeggen plekken waar overtollige individuen uit niet verstoorde landschappen kunnen overleven, maar zich uiteindelijk niet zullen voortplanten. Dat de geelkruinbulbul overleeft in het centrum van Singapore betekent die dat de soort overleeft. Succes met een nogal zichtbare soort kan ons blind maken voor de afname van meer algemene maar minder zichtbare afname van andere soorten. Het herstel van natuur in Europa heeft niet betekend dat de insectenpopulaties zich ook herstelden, zoals we hebben gezien.

Veranderingen in ecosystemen

Tot slot: we weten verijwel niets van de zogenaamde “ verborgen veranderingen” (Meredith Holgerson van Portland State University) die plaatsvinden als mensen een landschap in bezit nemen en veranderen. In het kader van haar doctoraal onderzoek keek ze naar de gevolgen van verstedelijking op boskikkers in 18 vijvers in de welgestelde voorstad van Madison. Het gebied rond de vijvers was ontwikkeld  en verdeeld in stukjes land van circa een hectare met de bedoeling ” de moerasjes en plassen” te beschermen. Maar chemische analyse van het vijverwater liet zien dan de kikkerlarven wel 70% van hun voedingsstoffen haalden uit materialen die vanuit de riolen lekten. “Het lijkt er sterk op dat de kikkervisjes en andere organismen in de vijvers opgebouwd zijn uit menselijk afval” aldus Holgerson. wat dit voor gevolgen heeft is onbekend. Maar het laat zien dat we de hele toevoer van nutriënten veranderen, eutrofiëring, hormonale verstoringen  en andere chemische veranderingen veroorzaken – en nog denken dat we in een relatief ongerepte habitat leven

Auteur: Richard Conniff, source : Yale Environment 360,    january 3, 2018