Evolutie in overdrive: mens maakt dieren slimmer
Categorie(ën): Stads leven, Ecologie, Nieuws
Evolutiebiologen beschouwen tegenwoordig de mens als een enorm sterke kracht in de evolutie. In ziekenhuizen bevorderen we de evolutie van antibiotica–resistente bacteriën en in de oceanen bespoedigen we de evolutie van kleinere vissen door de grote te vangen.
Uit een onderzoek van bioloog Emilie c. Snell-Rood (University of Minnesota) blijkt dat we evolutie op een andere schaal verrassend beïnvloeden. Op het moment dat we de woonplaats van dieren radicaal veranderen wordt de groei van de hersenen van de getroffen dieren sterk versneld.
Snell-Rood baseert haar conclusie op een verzameling schedels van zoogdieren in het Bell Museum of Natural History (University of Minnesota). Snell-Rood onderzocht voor de studie 10 soorten, inclusief muizen, vleermuizen, spitsmuizen en grondeekhoorns. Van vele tientallen skeletten, tot meer dan een eeuw oud, werd de schedels opgemeten. Met deze gegevens was het mogelijk om de grootte van het brein te berekenen.
In twee soorten, de witvoetmuis (foto) en de veldmuis, bleken de hersenen van de diertjes die in de (voor)steden leefden zo’n 6% groter dan die van het platteland. Snell-Rood komt tot de conclusie dat bij het verhuizen naar de dichtbevolkte gebieden de diertjes significant grotere hersenen kregen. Daarnaast werden er ook grotere hersenen bij de stadsbewoners van 2 soorten spitsmuizen en 2 soorten vleermuizen gevonden.
Uit de studie blijkt dat de breinen van 6 soorten zijn gegroeid, Snell-Rood vermoedt dat dit veroorzaakt is door de mens. Bossen en prairies zijn veranderd in steden en boerderijen. In deze verstoorde omgeving zijn de diertjes, die beter en sneller kunnen leren in het voordeel en krijgen meer nakomelingen.
Onderzoek van andere wetenschappers toont al aan dat dieren met grotere hersenen beter kunnen leren (of zich sneller aanpassen). In een onderzoek van de Uppsala Universiteit (Zweden) werd een experiment beschreven waarbij guppy’s werden gekweekt met grotere breinen. Deze waren snellere leerlingen dan hun neefjes met kleinere hersenen.
Bij de kolonisatie in de bewoonde wereld leerden dieren voedsel te vinden in gebouwen en andere soorten omgeving die door de mens zijn geschapen. Hun voorouders hadden deze uitdaging niet. Maar daarnaast hebben we ook het platteland radicaal veranderd. Zo zijn er veel bossen gekapt waardoor vleermuizen nu verder moeten vliegen om hun voedsel te vinden. Ze moeten misschien hun navigatiesysteem uitbreiden om de weg terug te kunnen vinden, met een groter brein is dit eenvoudiger.
Andere onderzoekers zijn blij met de resultaten. Het is de eerste studie die niet met proefdieren werkt, maar met resultaten uit de echte wereld komt. “De resultaten tonen aan hoe dynamisch de evolutie is.”
Vergelijkbaar onderzoek met schedels uit musea uit de gehele wereld zijn mogelijk. Deze zullen mogelijk de hypothese van Snell-Rood kunnen bevestigen. Maar ook in het lab kan verder onderzoek plaatsvinden, zo kunnen stadsbewoners met wilde soortgenoten (met een kleiner brein ) worden gekruist. Gensequentie-onderzoek kan mogelijk duidelijk maken welke genen het breinvergrotend proces triggeren. Maar ook gedragsexperimenten met de dieren kan veel info opleveren.

