Home

Waarom bomen zalm nodig hebben

Categorie(ën): Ecologie

Ecologen weten al heel lang dat zalmen schone, snelstromende beken nodig hebben voor hun voortplanting – en dat gezonde bossen nodig zijn voor heldere beekjes. Maar nu is gebleken dat diezelfde bossen ook weer zalm nodig hebben om gezond te blijven – en dat beren een belangrijke rol spelen in deze relatie.

De jaarlijkse trek van de zalmen vanuit de oceaan naar de wateren van westelijk noord Amerika, is een van de indrukwekkendste schouwspelen van de natuur. Zalmen worden geboren in zoet water, in beken of meertjes, leven dan jaren in de oceaan en keren als ze volgroeid zijn terug naar de beek, waar ze geboren zijn. Om zich voort te planten en te sterven. Ze hebben daar helder koud water nodig, schaduw en een schone grindbodem. Als het bos langs de rivier wordt gekapt stroomt er slib de beek in waardoor het grind modderig wordt en de zalmeieren verstikt. Als de beek in de zon komt te liggen wordt het water warmer, waardoor het zuurstofgehalte daalt en de eieren en jonge visjes minder overlevingskans hebben.

Ieder jaar levert de zalmentrek een feestmaal voor de beren, wolven, arenden en andere soorten. Naar schatting vangt een beer gemiddeld 700 vissen in een periode van 45 dagen. 70% van de eiwitbehoefte van de beer komt van zalm.

De beer bijt de vis dood, en loopt er dan mee het bos in om hem rustig te kunnen eten. Soms lopen ze wel 800 meter met hun vis. Beren eten hooguit de helft van hun vangst (de lekkerste hapjes, zoals hersenen en rugspier). De rest blijft liggen voor marters, kraaien, raven, meeuwen en arenden. Ook allerlei insecten eten van het karkas waardoor weer andere vogels worden aangelokt. Binnen een week is het zachte weefsel verdwenen. Uit de uitwerpselen van al die dieren en uit de dode vis zelf lekken diverse stoffen in de bodem. Er is berekend dat een bos langs een zalmrivier per jaar zo’n 120 kg stikstof per hectare ontvangt. Dit is vergelijkbaar met de hoeveelheid kunstmest die in commercieel beheerde bossen wordt uitgestrooid. De 80 000 tot 120 000 bruine en zwarte beren in British Columbia brengen zo elk jaar 60 miljoen kg zalm het bos in.

Hoe weten ecologen dat de bomen stikstof afkomstig uit de zalmen opnemen? Als ze stikstofatomen uit verschillende bronnen vergelijken kunnen ze onderscheid maken tussen stikstof uit zee en stikstof van het land afkomstig. Fytoplankton in zee (eencellige algen) neemt meer N15 op, een zeldzame, zwaardere isotoop van stikstof, terwijl in landplanten het gewone N14 overheerst. Met een massaspectrometer kunnen onderzoekers vaststellen, wat de verhouding van de stikstofisotopen in verschillende weefsels is. Omdat zalmen zich het grootste deel van hun leven voeden met de dichte wolken plankton ver in de oceaan, is de verhouding N15/N14 in hun weefsels hoger dan die van zoetwatervissen. Als ze doodgaan en vergaan – of worden opgegeten – komen die stikstofverbindingen in de bodem.

Onderzoekers vergeleken de stikstofisotopenverhouding in bomen op dezelfde afstand van een rivier, de ene met en de ander zonder zalm. Dit laat zien dat zalmetende beren een belangrijke rol spelen in het transporteren van stikstof het bos in. Stikstof is vaak de beperkende factor in het koele regenwoud. Onderzoek aan jaarringen laat zien dat de bomen als er genoeg zalm is driemaal zo snel groeien als wanneer er geen zalm voorhanden is. Van sommige bomen die langs de rivier groeien is naar schatting een kwart tot de helft van hun stikstof afkomstig van zalmen. De zalmen brengen niet alleen stikstof, maar ook koolstof, fosfor en allerlei mineralen naar het bos. Bijna de helft van de voedingsstoffen die de jonge zalmen binnen krijgen komen van hun dode ouders.

Dit onderzoek is belangrijk omdat de zalmpopulaties sterk achteruitgaan langs de kusten van Noord Amerika. Men schat dat er nog maar 10% van de oorspronkelijke populatie over is. Wegens deze hechte samenhang is het nodig het beheer van de wouden, het wild en de visserij te integreren. Iedere populatie waar het slecht mee gaat beïnvloedt de andere. Zalm heeft gezonde wouden en rivieren nodig, en wouden en beren hebben veel zalm nodig. De ecosystemen in de rivieren zijn afhankelijk van de vissen, net als de vissen afhankelijk zijn van de rivieren. Dit is een voorbeeld dat laat zien hoe de stromen van energie en voedingsstoffen schijnbaar verschillende ecosystemen, zoals zee, rivieren en bossen, met elkaar kunnen verbinden.

bron: The McGraw-Hill Companies, Inc.