Home

Wonderbonen

Categorie(ën): Agrarische sector, Voedsel voor de mensheid, Thematische lessen

 

Peas, leguminous plants

De honger die Afrika teistert, wordt in belangrijke mate veroorzaakt door uitputting van de bodem. In Nederland heeft dit probleem zich 100 jaar geleden als gevolg van toenemende bevolkingsdruk ook voorgedaan. Met behulp van kunstmest is dat toen verholpen. Maar voor de meeste boeren in Afrika is kunstmest veel te duur. Een mogelijke oplossing is het inzetten van biologische mestfabriekjes: vlinderbloemige planten.

De meeste planten hebben stikstof nodig om te groeien. Deze putten ze uit de grond in de vorm van nitraat (NO3-) of ammonium (NH4+), dat ze via hun wortels opnemen. Maar als de voorraad stikstof – en daardoor de grond – uitgeput raakt, wordt de groei belemmerd.

Vlinderbloemige planten (bijvoorbeeld bonen, erwten, lathyrus, acacia) kunnen het nitraat en ammonium dat ze nodig hebben zelf maken uit stikstofgas (N2), dat ze uit de atmosfeer opnemen. Dit kan vervolgens op twee manieren in de grond terechtkomen: via mest, wanneer de planten door dieren zijn opgegeten, en via langzame ontbinding door bacteriën na hun dood. Zo doen vlinderbloemigen dienst als biologische stikstoffabrieken en is er geen kunstmest meer nodig. In een veld met uitgeputte grond waar een of twee jaar lang vlinderbloemigen geteeld worden, kunnen daarna drie jaar lang andere gewassen worden gekweekt. Dit in tegenstelling tot natuurlijke regeneratie van de grond, die 30 tot 40 jaar in beslag neemt.

Behalve verrijking van de grond bieden vlinderbloemigen ook andere voordelen: de bonen of erwten kunnen gegeten of verkocht worden (ze vormen een bron van eiwitten) en de bladeren kunnen ook als voedsel voor de dieren gebruikt worden. Als de grond eenmaal verrijkt is, gaan de andere gewassen beter groeien. In locale economieën, waar kleine boeren overgaan op de teelt van vlinderbloemigen, is een grote afname van ondervoeding en kindersterfte vastgesteld. Het systeem helpt de armoede het hoofd te bieden.

Volgens Ken Giller van de Universiteit van Wageningen, hebben Westerse landen in dit proces een belangrijke rol te spelen. Als de geëxporteerde peulvruchten voor een goede prijs in Europa worden verkocht, kan het geld bijdragen aan verdere verbeteringen van de desbetreffende boerderijen. In de praktijk is er echter vaak geen sprake van ‘fair trade’, wegens de landbouwsubsidies in Europa en de Verenigde Staten. Een ander probleem is dat de markt in onder meer Kenia vaak overstroomd wordt door producten die door westerse landen geschonken worden (zoals melk uit Nederland). De plotselinge overvloed betekent dat de inheemse boeren hun producten niet meer kunnen verkopen en dus hun inkomstenbron kwijtraken.

Lteratuur:

Vaclav Smil: FEEDING THE WORLD, A challenge for the Twenty-first Century (MIT Press, 2000)

Idem: CYCLES OF LIFE Civilization and the Biosphere (Sci Am Library)

Nederlandse titel: ELEMENTAIRE KRINGLOPEN Wisselwerking tussen biosfeer en beschaving (Natuur en Techniek)

Vragen:

  1. Stikstof is een belangrijk element in levende wezens. In welke verbindingen komt het vooral voor?
  2. Beschrijf de stikstofkringloop (zoek eventueel op in je biologieboek)
  3. Kunstmest ‘redde’ de landbouw in Europa in het eind van de 19de eeuw. Om welke verbinding(en) ging het daarbij?
  4. Welke andere elementen worden veelal door kunstmest toegediend?
  5. Waarom is alleen kunstmest gebruiken op den duur slecht voor de grond?
  6. Een belangrijk deel van het veevoer in ons land wordt geteeld in andere landen (Brazilië, Thailand en VS). Daarvoor wordt kunstmest gebruikt die deels hier geproduceerd wordt. In ons land wordt meer vlees geproduceerd dan we nodig hebben, dat levert geld op via export, maar ook een mestoverschot. Vergelijk een duurzame landbouw, waarbij in een gebied de kringloop gesloten is, met dit systeem, en beschrijf de milieu-problemen van het huidige systeem, voor ons land en voor de landen die voeder produceren. (doe dit bijvoorbeeld in de vorm van een kringloop schema)
  7. Kunstmestproductie kost energie, het vervoeren ervan ook. Een veel groter gebruik van vlinderbloemigen voor menselijke consumptie zou de voetafdruk veel kleiner maken. Pinda’s en sojabonen horen ook tot deze groep. Welke voedingsstoffen leveren deze op? Waarom zouden mensen veel minder vlees nodig hebben als ze meer peulvruchten gebruikten?
  8. Biologische landbouw werkt zonder kunstmest. De meningen zijn verdeeld over de vraag of de wereld gevoed zou kunnen worden met alleen biologische landbouw. Volgens deskundigen leven er twee miljard mensen dankzij het gebruik van kunstmest. Op welke manier zou het gebruik van vlinderbloemigen het gebruik van kunstmest sterk kunnen terugdringen?
  9. Maak een poster waarop je laat zien dat en hoe het gebruik van peulvruchten (waaronder pinda’s en soja) de voetafdruk aanzienlijk kan beperken.Wat wordt er bedoeld met Fair Trade? Welke producten kun je in ons land krijgen via Fair Trade?

Opdracht tot slot

In groepjes, in e-mail discussie informatie zoeken, nadenken, discussieren, onderzoek doen over mogelijkheden van duurzame landbouw, waarbij zoveel mogelijk voedsel uit eigen regio wordt gebruikt. Over het zoeken naar mogelijke oplossingen voor het grote voedselprobleem in Afrika en over de samenhang van de problemen daar en overconsumptie hier. Bij voorkeur ook met leerlingen in andere delen van de wereld.