Home

Klimaat en biodiversiteit 2: oplossingen zoeken

Categorie(ën): Klimaat, Ecologie, Voedsel voor de mensheid, Duurzame energie, Thematische lessen

Verschillende onderzoekers maken zich druk over verschillende problemen: ecologen maken zich vooral druk om de dalende biodiversiteit. Terecht: de beroemde bioloog Paul Ehrlich van de Amerikaanse Stanford University berekende in 2017 dat er op dit moment 50% minder dieren rondlopen/zwemmen/vliegen/kruipen dan een paar eeuwen geleden. Wetenschappers stellen dat we leven in de zesde grote uitstervingsgolf in de geschiedenis van de planeet: de laatste was het uitsterven van de dinosauriërs (plusn heel veel andere soorten)  door een meteoriet 66 miljoen jaar geleden. Nu zijn de belangrijkste oorzaken het verdwijnen en fragmenteren van het leefgebied van wilde dieren en planten, vooral door uitbreiding van de landbouw.

Meteorologen maken zich meer zorgen om het klimaat. Terecht: nu al is de wereld ruim 1 graad warmer dan in de pre-industriële tijd, toen we kolen, olie en gas begonnen te verbranden waardoor steeds meer broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen. Zonder grote veranderingen in onze levenswijze en energieopwekking gaan we naar drie of meer graden opwarming, met funeste gevolgen voor de leefbaarheid van de planeet: landbouw wordt lastiger op veel plekken, er zal meer extreem weer zijn, en steden rond de evenaar zullen te warm zijn om comfortabel te leven en werken.

Transities

Er zijn dus twee grote transities nodig: de energietransitie, die ons van fossiele brandstof naar CO2-vrije bronnen moet brengen, en de landbouwtransitie, die de voedselproductie moet verduurzamen om zo wilde dieren en planten weer ruimte te geven.

Het probleem is dat wetenschappers, activisten en beleidsmakers die werken aan de ene transitie nauwelijks overleggen met die aan de andere kant. Oplossingen voor het klimaatprobleem blijken soms juist slecht voor de biodiversiteit, en vice versa.

Landgebruik

Het gaat vooral over landgebruik. Biodiversiteit heeft vooral ruimte nodig heeft, grote aaneengesloten stukken natuur. En die zijn schaars geworden. In het jaar 1400 gebruikte de mensheid nog maar 3% van het aardoppervlak voor al haar activiteiten, nu is dat meer dan 50%. Met 3 miljard mensen erbij in 2050 wordt het heel lastig om de ruimte voor biodiversiteit niet nog verder te beperken. En voor beperking van de klimaatverandering zou er grootschalige herbebossing nodig zijn, wat dan ook goed is voor de biodiversiteit (als er tenminste geen saaie monocultuur-bossen worden geplant).

Zonneweides

In Nederland zetten boeren met behulp van subsidies steeds meer vruchtbare landbouwgrond om in velden vol zonnepanelen, omdat die een stabieler inkomen garanderen. Zelfs zijn er plannen om een Natura-2000 gebied open te stellen voor de bouw van panelen. Dit is een brug te ver voor milieuorganisaties, die wel achter de uitbreiding van zonneweides op landbouwgrond staan. Dat is misschien wat naïef, want als die landbouwgrond ergens anders gecompenseerd moet worden komt de natuur wel ergens anders onder druk te staan.

De ruimte die zonnepanelen innemen is immens. Wetenschappers hebben berekend dat Nederland niet genoeg land beschikbaar heeft als het volledig zou willen overgaan op zonnepanelen voor haar energieverbruik. Natuurverstorende zonneweiden zijn een wereldwijd fenomeen. Miljoenen bomen worden gekapt om plaats te maken voor zonnepanelen, met flinke lokale weerstand tot gevolg. Voor de bouw van een zonneboerderij, zoals de Amerikanen dat noemen, in Californië, moesten honderden zeldzame schildpadden worden opgespoord en verplaatst.

Beleidsmakers en politici laten zich misleiden door mooie praatjes dat zonnepanelen zich prima zouden laten combineren met biodiversiteit. Men zegt dan dat de panelen ook de biodiversiteit stimuleren: er kwamen immers paddenstoelen en bloemen op tussen de apparaten. Dat is een misvatting. Studie na studie laat zien dat dieren en planten ‘echte’ ongestoorde natuur nodig hebben om te floreren. Tussen de menselijke constructies verschijnen vooral algemene soorten. De extra ruimte wordt niet gecompenseerd in soortenrijke natuur.

Biomassa

Een andere ruimteslurpende oplossing voor het klimaatprobleem is biomassa als energiebron: maïs, graan, palmolie, bomen, allemaal verdwijnen ze in verbrandingsovens om ‘klimaatneutrale’ elektriciteit mee op te wekken. De honger naar de vrucht van de oliepalm veroorzaakt directe ontbossing – en dus biodiversiteitsverlies – in Indonesië en Maleisië, waar oliepalmplantages zich snel uitbreiden terwijl veel van de door de EU geïmporteerde palmolie in de tank van auto’s en vrachtwagens eindigt. Ook andere biomassagewassen leiden tot uitbreiding van het landbouwareaal: van alle maïs die boeren in Amerika telen, wordt nu een derde omgezet in bio-ethanol om voertuigen op te laten rijden. Dat gaat niet direct gepaard met ontbossing – het wordt immers gekweekt op bestaande landbouwgrond, maar het verhoogt wel de druk op vruchtbare bodems, die zeker in de toekomst nodig zijn voor voedselproductie. Maisteelt is heel ongunstig voor het bodemleven, dus voor de biodiversiteit.

Op zee

De botsing tussen energie en biodiversiteit blijft niet beperkt tot het land. Onderzoeksinstituut Deltares waarschuwde voor de effecten van de aanleg van grootschalige windparken in de Noordzee op het zeeleven. Nu zijn de effecten nog klein, maar op grote schaal beïnvloeden windmolens de golfhoogte, troebelheid en gelaagdheid van het water, wat zijn impact heeft op het functioneren van het ecosysteem aldaar. Er zijn plannen om windmolenparken te bouwen op de Doggersbank, een bijzonder soortenrijke zandbank ten noordwesten van de Waddeneilanden, een belangrijke paaigrond voor vissen als haring en schol. Natuurorganisaties pleiten al jaren voor het sluiten van het bijzondere gebied voor de visserij, maar staan nu wel toe dat er de komende jaren voor 4,8 Gigawatt aan windmolens komen te staan.

Oplossingen voor beide problemen tegelijk?

Er worden ook oplossingen bedacht met het idee het klimaat en de biodiversiteit te helpen, maar die voor beide het tegenovergestelde bereiken. Dat geldt met name voor extensievere vormen van landbouw, zoals biologische landbouw, agro-ecologie en voedselbossen, de troetelkindjes van de milieubeweging. Het idee is dat, omdat er op die velden meer dieren leven, ze ook beter zijn voor de biodiversiteit. Maar dat is de vraag. Want extensieve landbouw betekent lagere opbrengsten per hectare, en dus uitbreiding van landbouwgrond. Op dit moment haalt de biologische landbouw ongeveer 80% van de opbrengst van de gangbare landbouw, wat betekent dat het landbouwareaal met een vijfde zou moeten toenemen om net zo veel voedsel te produceren. Onderzoek laat zien dat de biodiversiteit op een landbouwveld niet in de buurt komt van die in de wilde natuur, hoe natuurvriendelijk een boer ook boert. De beste strategie om de biodiversiteit te stimuleren, is het zo klein mogelijk houden van het landbouwareaal om ruimte te maken voor de natuur, zo blijkt uit studies in landen als Kazachstan, Polen en Bolivia. Vooral zeldzame organismen varen daar wel bij.

Bossen

Ook het klimaat is gebaat bij een zo klein mogelijk landbouwgebied. Volgens het klimaatpanel IPCC is zogenaamde land use change, oftewel het omzetten van natuur naar landbouwgrond, de op-een-na-belangrijkste oorzaak van de stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer sinds de industriële revolutie. Vlak na de verbranding van steenkool, maar voor olie en gas. Onderzoekers van over de hele wereld lieten bovendien zien dat de twee belangrijkste natuurlijke manieren om klimaatverandering tegen te gaan respectievelijk behoud en hergroei van bossen zijn. Het is dus zaak, met straks drie miljard meer hongerige monden te voeden, niet in te zetten op landbouwsystemen met een lagere opbrengst, maar juist verder te intensiveren.

Het effect van beperken van landbouwoppervlakte voor het klimaat is enorm. Britse wetenschappers berekenden dat als hun land zijn voedselproductie op de meest vruchtbare delen concentreert en de rest teruggeeft aan de natuur, het de Parijs-doelstellingen haalt zonder dat het zijn energieportfolio hoeft aan te passen.

Andere maatregelen

Maatregelen, die wel bijdragen aan zowel biodiversiteit als klimaat zijn het terugdringen van de vleesconsumptie en verminderen van afval. Beide vooral omdat ze het landoppervlak nodig voor ons eten verkleinen.

Kernenergie?

Als het gaat om energieopwekking springt kernenergie eruit als beste oplossing om beide crises tegelijk te lijf te gaan. Dat komt omdat kernenergie de meest ‘dichte’ vorm van energie is: je haalt er de meeste energie uit per vierkante meter. Vaclav Smil van de universiteit van Manitoba in Canada komt in zijn boek Power Density bij wind tot ongeveer 1 Watt per vierkante meter, bij zon op 10 en bij kernenergie op 1000. Biomassa bungelt met 0,5 helemaal onderaan.

Kernenergie heeft het tij niet mee. Het aandeel in de wereldwijde energiemix daalt, en in de New Green Deal, de nieuwe duurzame plannen van de Europese Commissie, wordt kernenergie uitgesloten. Niettemin zijn er wereldwijd op dit moment 54 reactoren in aanbouw, vooral in landen als China en Zuid-Korea.

Landinrichting

Is er een alternatief voor Europa als het kernenergie buitensluit? Een vaak vergeten oplossing is ruimtelijke ordening. Met zijn inpoldering, ruilverkaveling en Vinex-wijken was Nederland daar lang goed in, maar de afgelopen decennia is daar de klad in gekomen. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werd ruimtelijke ordening gedecentraliseerd en geprivatiseerd: iedere gemeente heeft nu zijn eigen bedrijvenblokkendoos en zonneweide. Daarmee verkwanselen we ons landschap,. Sinds 2010 heeft Nederland zelfs geen minister van Ruimtelijke Ordening meer en wordt ons land steeds rommeliger.

Het potentieel van landschapsinrichting is groot: uit studies in onder andere India, Indonesië en Engeland blijkt dat zogeheten ‘zonering’ de biodiversiteit en het klimaat kan helpen, of er nu wordt gekozen voor intensieve of extensieve vormen van landbouw en energieproductie. Ruimtelijk ordening maakt het mogelijk om grote aaneengesloten natuurgebieden te creëren en de meest waardevolle biodiverse gebieden te beschermen. Er wordt in ons land gepleit voor herinrichting van de veeteeltgebieden in Nederland, met een strikte scheiding van landbouw en natuur om het stikstofprobleem op te lossen. Al in 1994 werd berekend dat Europa op een kwart van het huidige areaal al haar voedsel kan produceren als ze inzet op een agrarische hoofdstructuur van intensieve landbouw op de meest vruchtbare gronden, en een ecologische hoofdstructuur voor de natuur. De Europese bevolking groeit nauwelijks meer, waardoor de voedselproductie ook niet meer veel hoeft te stijgen. Dat geeft de mogelijkheid om te gaan nadenken over waar Europa haar voedsel produceert en waar het haar energietransitie situeert. De overgebleven ruimte kan weggezet worden voor rewilding, het teruggeven van hele stukken aarde naar de natuur.

Tekst gebaseerd op een artikel van Hidde Boersma, januari 2020, in Vrij Nederland, sterk ingekort en aangepast

De auteur heeft een uitgesproken mening over met name biologische landbouw en kernenergie. Het is goed daarover in discussie te gaan aan de hand van onderstaande vragen – of in groepjes elk een aspect nader te onderzoeken, er is natuurlijk veel meer over te zeggen, maar de vragen kunnen je op weg helpen.

Vragen over Oplossingen zoeken

Landgebruik

  1. De mens heeft steeds meer ruimte nodig om voedsel te produceren, maar volgens dit artikel kunnen we met veel minder toe, dan nu het geval is. De auteur pleit voor meer intensieve landbouw, omdat dat de grootste opbrengst per hectare oplevert. Maar op biologisch behandelde grond is al een grotere biodiversiteit dan op intensief gebruikte moderne akkers en weiden. Vergelijk de voor- en nadelen van biologische landbouw. Zie: http://sustainablefootprint.org/nl/costs-and-benefits-of-organic-farming/

  2. Voor de meeste mensen is een weiland een stuk land bedekt met gras. Moderne weiden zijn ook niet meer dan dat. Maar vanouds waren weilanden rijke ecosystemen met heel veel biodiversiteit. Kijk op deze pagina: http://sustainablefootprint.org/nl/grasslands-the-lesson/ voor een vergelijking van een ‘rijke weide’ en moderne weiden.

  3. Een bij ons niet zo bekende vorm van landbouw, die in sommige streken al eeuwenlang gebruikt wordt is boslandbouw, of ‘agroforestry’ waarin twee of meer gewassen, waarvan de een bomen, de ander lagere gewassen, samen worden geteeld. Hiermee levert een stuk grond vaak meer opbrengst dan bij een enkel gewas. Zie: http://sustainablefootprint.org/nl/what-is-agroforestry/. Leg uit waarom dit in warme landen vanouds algemener is dan bij ons. En waarom het nog niet een nieuwe trend is in onze streken. Het zou voor een deel al een vorm van herbebossing kunnen zijn.

  4. Een vorm van landbouw die weinig ruimte inneemt is stadslandbouw, op daken of ongebruikte veldjes, http://sustainablefootprint.org/nl/teachers/theme-lessons/growing-food-in-the-city/ en http://sustainablefootprint.org/nl/teachers/theme-lessons/growing-food-in-the-city-2/ en http://sustainablefootprint.org/nl/bio-vegetables-from-the-slums/ . Zou stadslandbouw, als het op grote schaal gebeurt wat uitmaken voor het klimaat? En voor de biodiversiteit? Hoezo wel of niet?

Zonneweides

  1. De auteur spreekt alleen over zonneweides, grootschalige ‘zonnefarms’ op landbouwgrond. Maar er zijn veel meer mogelijkheden om zonne-energie op te vangen; daken, geluidsschermen langs snelwegen, maar ook andere oppervlakken. Wat zijn de voor- en nadelen van zonnefarms, vergeleken met panelen op daken en dergelijke?

  2. Tussen en onder zonnepanelen op de grond is het vaak groen. Waarom toch niet geschikt voor natuur, of grazende schapen?

  3. Er zijn ook plannen om in de Sahara grote oppervlakken woestijn vol te zetten met zonnepanelen en die aan te sluiten aan het netwerk van Europa. Waarom denk je dat dit nog niet op gang komt?

Biomassa

  1. Biomassa – alle natuurlijke, niet-fossiele brandstoffen, zoals hout, palmolie, –  wordt gezien als klimaatneutraal, omdat het weer bijgroeit. Maar het gaat in de praktijk grotendeels om palmolie uit tropische landen en hout uit Canada of Estland. Waarom is dit niet echt duurzaam?

  2. Er zijn wel heel duurzame vormen van biomassa, zie bijvoorbeeld: http://sustainablefootprint.org/nl/turning-chicken-poop-and-weeds-into-biofuel/ en http://sustainablefootprint.org/nl/teachers/theme-lessons/on-farm-anaerobic-digesting/ , http://sustainablefootprint.org/nl/nederlands-zeewierfarm-kan-net-zoveel-duurzame-energie-leveren-als-windmolens/ , http://sustainablefootprint.org/nl/algae-farm-power/ . Leg uit waarom dit wel heel duurzaam is. Vergelijk ook de mogelijkheden van elke methode in Nederland.

  3. Palmolie wordt gebruikt voor energie, maar ook voor voedingsmiddelen en producten zoals zeep. Er zijn ook andere mogelijkheden voor olieproductie, zie http://sustainablefootprint.org/nl/nederlands-jatropha-olieplant-voor-kool-en-geit/ . Waarom is de jatrophaplant geschiktert alsbiomassa- energiebron dan de oliepalm?

Op zee

  1. Windmolens worden op grote schaal op zee gebouwd. Wat is het voordeel ten opzichte van windmolenparken op het land?

  2. De auteur vermeldt nadelen van molens op zee, vooral de constructieperiode kan ecosystemen ernstig verstoren. Maar windmolenparken op zee blijken niet alleen slecht te zijn voor de natuur daar. Zie http://sustainablefootprint.org/nl/wind-energy-and-nature/ . Juist omdat er rond de molens niet gevist mag worden, kan het zeeleven daar opbloeien. Leg uit dat windmolenparken op zee uiteindelijk ook voor de visserij gunstig kunnen zijn.

  3. De zee kan een andere energiebron, zeewier, opleveren, zie: http://sustainablefootprint.org/nl/nederlands-zeewierfarm-kan-net-zoveel-duurzame-energie-leveren-als-windmolens/ Hiermee zou in de toekomst heel veel energie kunnen worden opgewekt. Waarom is dit op den duur misschien wel duurzamer dan windmolens?

Extensieve landbouw

  1. De auteur stelt dat biologische landbouw de ‘wereld niet kan redden’ omdat er meer grond nodig is voor dezelfde hoeveelheid voedsel. Waardoor heeft biologische landbouw per definitie meer ruimte nodig? (N.B.  in moderne biologische bedrijven worden wel machines gebruikt, waardoor het verschil met gangbare landbouw minder is dan mensen vaak denken.)

  2. Lees http://sustainablefootprint.org/nl/costs-and-benefits-of-organic-farming/ , een uitgebreide vergelijking van biologische en gangbare landbouw. Misschien goed om hier een debat over te houden in de klas.

Intensieve landbouw

  1. De auteur van dit artikel pleit ervoor moderne vormen van landbouw te bevorderen, maar in bepaalde gebieden en niet te dicht bij natuur. Welke bezwaren zijn er tegen intensieve landbouw vanuit ecologisch standpunt, in verband met de biodiversiteit.

  2. Het grote verschil tussen biologische en gangbare landbouw is tweeledig: in biologische landbouw wordt geen kunstmest gebruikt, en geen chemische bestrijdingsmiddelen. Wat zijn de bezwaren van biologische boeren tegen kunstmest?

  3. En wat zijn de bezwaren tegen chemische bestrijdingsmiddelen?

  4. Er wordt geadviseerd minder vlees te eten. Dat gaat dus niet samen met algemene biologische landbouw. Hoezo?

  5. Het gebruik van allerlei bestrijdingsmiddelen zou vermeden kunnen worden door de planten resistent te maken tegen ziekten en plagen door genetische modificatie, zie http://sustainablefootprint.org/nl/nederlands-genetisch-gemodificeerde-gewassen-de-oplossing-voor-het-wereldvoedselprobleem/ . Waarom zijn veel mensen nog steeds zo bang voor genetische modificatie?

  6. In de medische wereld wordt veel gebruik gemaakt van genetisch gemodificeerde organismen, zoals gisten en bacteriën. Hier wordt zelden bezwaar tegen gemaakt. Voor de oplossing van het wereldvoedselprobleem mag het in Europa nog steeds niet. Lees hierover “Denk goed na voor je biologische landbouw ophemelt” http://sustainablefootprint.org/nl/nederlands-denk-goed-na-voor-je-biologische-landbouw-ophemelt/

Kernenergie

  1. Zou meer gebruik van kernenergie goed zijn voor het klimaat, en ook voor de biodiversiteit? Zo ja, of nee, waarom wel of niet?

  2. Kernenergie wordt in veel landen gebruikt, maar in bijvoorbeeld Duitsland en Zweden ook weer afgeschaft. Wat is het grote probleem van kernenergie?