Home

Let op wat je eet – misschien is een olifant het haasje

Categorie(ën): Agrarische sector, Ecologie, Indonesische casussen, Nieuws

Palmolie is een ingrediënt in bijna alles: koekjes, cornflakes en margarine, maar ook in tandpasta, shampoo en lipstick. Als we onze consumptie ervan niet beperken, zullen de regenwouden en de dieren die er leven voor altijd verdwijnen, aldus Dan Bucknell

Vanaf je ontbijt tot het moment dat je je tanden poetst en naar bed gaat consumeren we bijna allemaal palmolie, zonder het te weten en zonder ons te realiseren hoeveel schade hij daarmee toebrengt aan de natuur. Palmolie zit in bijna alles; onze enorme consumptie van deze producten betekent de vernietiging van de Aziatische wouden, en het uitsterven van veel diersoorten, waaronder de olifant.

 Dit geldt in het bijzonder voor de Sumatraanse olifant, de meest bedreigde olifantensoort. Er zijn nog maar 2 000 over; door ontbossing is hun populatie in één generatie gehalveerd. 85% van hun leefgebied ligt buiten de beschermde gebieden in het laagland, waar het meeste bos wordt gekapt voor hout- en papierproductie, mijnbouw en vooral de productie van palmolie. Als het bos verdwijnt, zoeken de olifanten de plantages en akkers op, waardoor ze in conflict komen met de mensen. De gevolgen zijn verschrikkelijk: tussen 1984 en 2009 zijn 700 olifanten gevangen. De meeste daarvan stierven al vrij snel – tot ‘Elephant Family’ en de ‘Veterinary Society for Sumatran Wildlife Conservation’ zich voor hen gingen inzetten. Veel andere dieren gingen dood doordat ze vergiftigd werden, bijvoorbeeld door rattengif in palmolieplantages. Zo werd een jong olifantje, Raja, onlangs gegijzeld door dorpsbewoners omdat ze compensatie eisten voor de schade aan hun gewas door olifanten. Raja overleefde het niet.

Deze olifanten zouden nog kunnen leven als hun woongebied niet vernietigd was om palmolie te kunnen produceren. Het is niet eenvoudig om erachter te komen waar het voor gebruikt wordt.  Palmolie wordt vaak niet genoemd in de lijst van ingrediënten van een product, vaak heet het ‘plantaardige olie’, of er zit een ervan afgeleide verbinding in zoals natriumlaurylethersulfaat (een schoonmaakmiddel), waarvan niemand vermoedt dat het ook van palmolie is gemaakt.

‘Elephant Family’ was ook betrokken bij een groep ‘Clear Labels, Not Forests’ die in 2011 van de EU gedaan kreeg, dat alle plantaardige oliën afzonderlijk genoemd moeten worden. Daardoor kunnen consumenten nu kiezen en er bij producenten op aandringen om alleen duurzaam geproduceerde palmolie te gebruiken. Maar die regel geldt pas vanaf 2015. Hoewel veel bedrijven hun teksten al hebben aangepast, is dit toch te lang: er kan nog veel bos gekapt worden voor die tijd.

Hoe duurzaam?

De ‘Roundtable on Sustainable Palm Oil’ (RSPO) startte in 2004 met het doel om een internationale standaard voor duurzame palmolie op te zetten. Maar de regels zijn te ruim en bedrijven kunnen het logo gebruiken, ook als maar een deel van hun product duurzaam geproduceerd is. Tot de regelgeving veel strikter is,  kunnen consumenten alleen zeker zijn dat ze niet meewerken aan de vernietiging van het woud als ze helemaal geen producten met palmolie gebruiken.

Anders gaat de vernietiging gewoon door. Ieder najaar wordt Singapore gehuld in dichte rookwolken door het afbranden van Sumatraanse bossen voor de palmolieproductie. De Indonesische regering geeft toestemming voor de omzetting van honderdduizenden hectares bos in palmolieplantages in Noord Sumatra (Atjeh).

Atjeh is het laatste gebied waar nog olifanten, neushoorns, orang oetans en tijgers voorkomen. Deskundigen hebben aanbevolen 68% van Atjeh tot beschermd gebied te  verklaren,  maar het nieuwe plan heeft dit beperkt tot 45%. Het verschil is 12 000 km² . Dit is niet alleen rampzalig voor de natuur, ook voor de mensen, die er afhankelijk zijn van het bos. De olifanten zullen in conflict komen met die mensen, en het gebied zal bedreigd worden door aardverschuivingen en overstromingen, die hele scholen, rijstvelden en zelfs dorpen kunnen wegvagen.

We dringen er daarom op aan om als consument hier rekening mee te houden en goed op te letten op wat men koopt – en onze campagne tegen dit plan te steunen. 

Bron: The Ecologist, 30 juni, 2013

Dan Bucknell